Nationaal Park De Meinweg

Voor de duizenden mensen die jaarlijks en regelmatig het Meinweggebied bezoeken staat de schoonheid buiten kijf. Dit natuurterrein heeft een bijzondere landschappelijke gesteldheid en een al even bijzonder planten- en dierenleven. Het gebied is eigendom van de overheid en/of van rechtspersonen die zich de natuurbescherming ten doel stellen, bv. Het Limburgs Landschap of de Vereniging tot behoud van Natuurmonumenten. Het ligt in de bedoeling, dat de Meinweg een tweeledige functie zal gaan vervullen. Enerzijds de bescherming van de aanwezige natuurwaarden, anderzijds de mogelijkheid openen om de bevolking kennis te laten nemen van deze waarden. Iets dat overigens al uitgebreid en door zeer velen gebeurt.

Ontstaan en vormgeving

De vormgeving van het landschap in het Meinweggebied vindt zijn ontstaan in het Pleistoceen. Van voor die tijd zijn weinig herkenningspunten in het landschap terug te vinden. Een uitzondering hierop vormt de zogenaamde Peelrandbreuk. In het Meinweggebied is de Peelbreuk aan het oppervlak zichtbaar door een verval van ca. 2 meter. Vanaf de Gitstappermolen loopt deze breuk pal zuidwestelijk van het Bungalowpark Elfenmeer tot achter het Melickerven. Latere breuken in de aardkorst hangen samen met de Peelrandbreuk. In het Meinweggebied zijn zo de Westelijke en Meinwegstoring en de Zandberg ontstaan. Door erosie van de Maas is de zgn. westelijke steilrand gevormd. De sedimenten (afzettingsgesteente) die door Maas, Rijn en Roer in het Pleistoceen zijn afgezet bestaan vooral uit zandgronden. Door de geringe bodemvorming op deze gronden is de Meinweg steeds sterk onderhevig geweest aan verstuiving. Dit is nog zichtbaar door de aanwezigheid van zandheuvels als Klifsberg en de Honingberg. In het Meinweggebied werd zo'n 10.000 jaar geleden löss afgezet.

De naam

De naam Meinweg is afgeleid van het Keltische "mein", dat zoveel betekent als gemeenschap. De bewoners van Nieder- en Oberkrüchten, Arsbech, Wassenberg, Birgelen, Effeld.Ophoven en Steinkirchen en van de Nederlandse dorpen Vlodrop, Herkenbosch, Melick, Maasniel, Herten en Roermond beheerden het gebied gezamenlijk. Er was een eeuwenoude traditie als bosbeweiding, waarbij de schapen en runderen vrij in de bossen rondliepen. Er weden hout en plaggen uit het gebied gehaald, wat een sterke uitwerking kreeg op de aanwezige plantengroei. Het boslandschap werd steeds meer heidelandschap. Wanneer we terug gaan tot het begin van de vorige eeuw blijkt, dat het grootste deel van de gemeente Melick en Herkenbosch uit woeste grond bestond. Het Meinweggebied was in die tijd nog nauwelijks ontsloten. Er liepen een aantal zandpaden.
In de huidige situatie vinden we nog terug de Grote Herkenboscherbaan, de Lange Luier en de Hooibaan. Het uitgestrekte gebied had grote heidevennen, zoals de Meer, het Melicker- en Herkenboscher ven, het Geurtensven enz.
De nu zo bekende Elfenmeertjes, de Rolvennen en Vossekop waren in de 19e eeuw nog niet aanwezig. Zoals eerder gezegd werd löss afgezet dat de basis was voor veenvorming. Ook namen als Turfkoelen en Flinke Ven verwijzen naar turfwinning.

Fauna

Een van de opvallendste zoogdieren is het Wild Zwijn. Dit werd in de loop van de 18e eeuw in Nederland uitgeroeid. Daarna op de Veluwe opnieuw ingevoerd. Recente waarnemingen wijzen erop, dat het wild zwijn nooit uit het Meinweggebied is verdwenen. Vroeger, en ook thans nog, is de ever hier als standwild te beschouwen. Een voor Nederland unieke situatie. Ook de das kwam hier voor. Er was tot in de zestiger jaren een bewoonde burcht bij de Kombergen. Deze raakte onbewoond, doch er werden later nog dassen "gespoord"maar van permanente bewoning is geen sprake meer. Andere landroofdieren die waargenomen kunnen worden zijn de Vos, de Steenmarter, de Wezel, de Hermelijn, de Bunzing, en recentelijk ook de Wasbeer. Het bestand aan reewild is zeer goed, het konijn is in het hele gebied aanwezig en op de akkers treft men de haas. Vertegenwoordigers van de knaagdierorde zijn de woelmuis, de aardmuis, de veldmuis, de woelrat, de muskusrat, de eekhoorn en andere vastgestelde soorten. Vrijwel zeker zijn nog aanwezig de bruine en zwarte rat. Van de insecteneters zijn de volgende soorten aangetroffen: de mol, de egel en diverse spitsmuissoorten.

Vogels.

Uit talrijke inventarisaties blijkt, dat de Meinweg ornithologisch een erg belangrijk gebied is. Als broedvogels zijn gedurende de afgelopen 10 jaar o.a. de volgende bijzondere sporen aangetroffen: Sperwer, havik boomvalk, holenduif, bos- en ransuil, nachtzwaluw, zwarte specht, watersnip e.a.
Vroeger kwamen hiernaast met zekerheid broeden: de roerdomp, de korhoen, de grauwe kiekendief, kwikstaart en klapekster. Voor een aantal van de soorten bestaat de mogelijkheid zich opnieuw op de Meinweg te vestigen, zeker wanneer het bestand van deze dieren zich landelijk herstelt. Bekijken we de verspreiding van de Nederlandse Broedvogels, dan kunnen we constateren dat de Meinweg een van de gebieden is waar meer dan 80 soorten zijn waargenomen. Het Meinweggebied is verder een van de 4 overgebleven traditionele pleisterplaatsen voor kraanvogels in Nederland.

Bedreiging

Het zou te ver voeren, althans in deze bijdrage - de aanwezigheid van vissen, reptielen, amfibieën te bespreken en ook de flora moet nog wachten. Duidelijk is echter, dat de Meinweg een bijzondere positie inneemt onder de Nederlandse Natuurgebieden. Er zijn echter factoren die een waardevermindering van het gebied kunnen bewerkstelligen.
Er moet helaas gewezen worden op de negatieve invloeden die van toenemende recreatie uitgaan. Het massale karakter van vooral de dagjesmensen verstoort de rust in het gebied sterk. Het heeft vooral een negatief effect op de aanwezige diersoorten. Ze kunnen niet rustig broeden, fourageren en zonnen. Ook de waterhuishouding baart zorgen. Een aantal vennen zijn drooggevallen waardoor zeldzame plantensoorten dreigen te verdwijnen. Er zullen dus regels en maatregelen getroffen moeten worden. Natuurbelangen moeten worden afgewogen worden tegen recreatiebelangen. Het publiek moet duidelijk worden gemaakt, dat de Meinweg zo uniek is, dat de natuur moet prevaleren. Dat kan alleen maar door gepast "recreatie-gebruik".

Nationaal park De Meinweg en het Roerdal

Op pad

Onder leiding van goed opgeleide gidsen kunt u een wandel- of fietstocht maken door De Meinweg of het Roerdal. Keus genoeg, want er zijn zo'n 100 activiteiten georganiseerd. Als u een excursie wilt organiseren voor een select gezelschap kunt u die aanvragen bij Staatsbosbeheer of de Stichting Recreatie Roerdalen.
Meestal zijn de excursies toegankelijk voor rolstoelen en kinderwagens. Aangelijnde honden mogen meestal mee op excursie, maar voor de zekerheid kunt u altijd even bellen met het Bezoekerscentrum

Nationaal Park De Meinweg

Het nationaal park De Meinweg is 1600 hectare groot en bestaat uit bossen, heide, vennen en beken. Onder andere door de afwisseling in het gebied komen er veel verschillende planten en dieren in voor. Voorbeelden daarvan zijn het schuwe wilde zwijn, de mysterieuze adder en de wegschietende zandhagedis. Drie breuken in de ondergrond hebben in de loop van vele duizenden jaren voor vier terrassen gezorgd. Van beneden aan de Roer tot boven aan het plateau is een hoogteverschil van ruim 50 meter ontstaan. Zeker op een lange wandeling of fietstocht zult u het af en toe merken.

Het Roerdal

Het Roerdal is een lager liggend gebied dat gedomineerd wordt door de rivier de Roer. Het gebied wordt gevormd door een fraai glooiend landschap met akkers, weilanden, kleine bossen en houtwallen en is nog weinig aangetast door grootschalige ruilverkavelingen. Het is ook niet voor niets dat de streek een deel uitmaakt van het Waardevol Cultuur Landschap (WCL) Midden-Limburg. In het Roerdal liggen dorpen als Melick, St. Odliënberg, Herkenbosch en Vlodrop. Deze dorpen kenmerken zich door een rijke historie, met mooie kerken en cultuurhistorisch interessante gebouwen.

Bezoekerscentrum De Meinweg

Zomer '99 heeft het Bezoekerscentrum De Meinweg zijn deuren geopend voor het publiek. Behalve Staatsbosbeheer zijn in dit gebouw ook de Stichting Recreatie Roerdalen en de horecagelegenheid 't Meinwegterras gevestigd.
U kunt er terecht voor informatie, leuke hebbedingetjes, folders en kaarten, maar ook voor een lekkere lunch of een heerlijke verfrissing. Verder herbergt het karakteristieke gebouw een tentoonstelling over De Meinweg. Hierin staan drie thema's centraal: de ontstaanswijze van het gebied, de invloed van de mens vroeger en nu en tot slot de natuurwaarden. Een en ander wordt op een moderne, attractieve wijze verbeeld, waarbij eveneens ruimte wordt gegeven aan enige interactie; vooral voor kinderen is het 'mestkeverspel' een favoriet tijdverdrijf.
Daarnaast is er een deel dat geheel gewijd is aan het WCL Midden Limburg. De geologische bijzonderheden van het gebied komen tot uiting in een grote wandschildering en er is een korte, vermakelijk video die de bezoeker veel vertelt over het Meinweggebied. Verder zullen er geregeld wisseltentoonstellingen in het Bezoekerscentrum te zien zijn, zodat een herhalingsbezoek ook de moeite waard is.

Nieuw in het Bezoekerscentrum is de speurtocht voor kinderen door de tentoonstelling, terwijl ook buiten volop speelmogelijkheden aanwezig zijn. Ook kan de Adriaan de Adderkoffer gehuurd worden: met een koffer een spannende sluip-door-kruip-door-route volgen en onderweg leuke proefjes doen.

Het is dus zeker de moeite waard om bij het Bezoekerscentrum De Meinweg binnen te lopen.

Meer informatie over de activiteiten kunt u inwinnen bij:

Bezoekerscentrum De Meinweg
Meinweg 2, 6075 NA Herkenbosch
telefoon: (0475) 528500
telefax: (0475) 528519

Openingstijden bezoekerscentrum:

  • Van 1 april tot en met 31 oktober
    dagelijks open van 10.00 uur tot 17.00 uur,
    behalve op maandagen
  • Van 1 november tot en met 31 maart
    alleen op zondag open van 10.00 tot 17.00 uur
  • In de kerstvakantie dagelijks geopend
    van 10.00 tot 17.00 uur, behalve op maandagen
  • Op feestdagen als 1e Kerstdag, Nieuwjaarsdag en
    Carnaval is het Bezoekerscentrum gesloten